Vakbegrippen foodservice
Geplaatst door Marketing4Results op 1 april 2008, categorie: Vakbegrippen
| Business to business marketing De marketingactiviteiten richten zich op de doelgroep zakelijke afnemers die producten kopen of huren. Dit wordt ook wel aangeduid als B-to-B of B2B. |
| Business to consumer marketing De marketingactiviteiten richten zich op de doelgroep consumenten (particuliere afnemers). Dit wordt ook wel aangeduid als B-to-C of B2C. |
| Back of house merken Back of house merken zijn merken die alleen door de eindverbruiker in de keuken worden gezien. Een voorbeeld is soep of frites. Op het moment dat de gast het gerecht eet, is het eindproduct merkloos. Het tegenovergestelde zijn front of house merken. |
| Belevenismarketing / experience marketing Belevenismarketing is een vorm van marketing die ten doel heeft een beleving te creëren, teneinde consumenten het product/bedrijf/merk op een emotioneel niveau te laten ervaren en een relatie te creëren. |
| Benchmarking Benchmarking is het vergelijken van bedrijfsprocessen in de eigen organisatie met de processen binnen andere bedrijven. Benchmarking moet inzicht geven in eigen performances en in de verbeterpunten van bepaalde processen. |
| Core competence Een core competence geeft de oorsprong van het concurrentievoordeel van een organisatie aan: de specifieke kennis en vaardigheden die fundamenteel kenmerkend zijn voor de organisatie. Het gaat hierbij om die bekwaamheden, kennis en vakmanschap om de belangrijkste ondernemingsactiviteiten uit te voeren. |
| CRM CRM staat voor Customer Relationship Management, waarbij de optimalisatie van alle contacten met klanten én prospects centraal staat. Uitgangspunt hierbij is dat een organisatie kan inspelen op bepaalde wensen en behoeftes van de klant/prospect, doordat hij zijn klant kent. CRM fungeert tevens als hulpmiddel om het succes van sales- en marketingactiviteiten te evalueren, maar brengt ook in kaart welke klanten een investering waard zijn voor een organisatie. |
| Eindverbruiker Onder eindverbruiker wordt de ondernemer van een outlet in foodservice verstaan: diegene die het product inkoopt, bewerkt en/of verkoopt. |
| Foodservice Alle bedrijven die de consument voorzien van direct consumeerbare voedings- en genotmiddelen, waarbij de consumptie en/of bereiding primair buitenshuis plaatsvindt. Hieronder vallen ook de bedrijven die maaltijden rondbezorgen en waar eten afgehaald kunnen worden. |
| Bron: FSIN |
| Front of house merken Front of house merken zijn merken die gebruikt worden in het zicht van de gast. Een voorbeeld zijn sauzen in portieverpakkingen in cafetaria’s. Dit is het tegenovergestelde van back of house merken. |
| Groeistrategie volgens Ansoff: diversificatie Bij deze groeistrategie biedt een fabrikant totaal nieuwe producten aan voor een compleet onbekend foodservicesegment. Met name bedrijven die op een uitontwikkelde/volwassen markt opereren waarop zij een substantieel marktaandeel hebben, zullen op zoek gaan naar nieuwe toepassingsmogelijkheden voor door hen doorontwikkelde producten. |
| Groeistrategie volgens Ansoff: marktontwikkeling Bij marktontwikkeling wordt gekeken hoe het bestaande aanbod in nieuwe foodservicesegmenten kan worden verkocht. In een zuivere vorm van marktontwikkeling blijven de geleverde producten in de nieuwe segmenten ongewijzigd. Vaak gaat het betreden van een nieuw segment gepaard met enige aanpassingen of modificaties van de geboden producten om deze beter aan te laten sluiten op segmentspecifieke behoeftes. |
| Groeistrategie volgens Ansoff: marktpenetratie Deze groeistrategie bestaat uit het verhogen van de afzet en/of omzet met huidige producten op de huidige markten met als doel het huidige marktaandeel te vergroten. Dit wordt bereikt door klanten van concurrenten te winnen of door er voor te zorgen dat de eigen klanten vaker het product gaan gebruiken. |
| Groeistrategie volgens Ansoff: productontwikkeling Groei door middel van productontwikkeling kan worden ingezet om het aanbod aan de huidige klanten in een bepaald segment te verbeteren, zodat deze gestimuleerd worden meer bij de fabrikant te besteden. |
| Grossier: uitbreng Distributeur die producten naar de outlet van de eindverbruiker transporteert. Een voorbeeld van een uitbrenggrossier in foodservice is Deli XL. |
| Grossier: cash & carry Bij een cash & carry ofwel zelfbedieningsgroothandel haalt de eindverbruiker zelf zijn producten. Een voorbeeld van een cash & carry in foodservice is Sligro. |
| Joint promotion Dit is een sales promotie die twee of meerder organisaties gezamenlijk uitvoeren om de impact en/of kosten te spreiden. Een voorbeeld van joint promotion is de actie van Chocomel Hot en de lepelkoekjes van Metris Food (onderdeel van Hoppe). |
| Klantenpiramide De klantenpiramide is een veelgebruikt hulpmiddel om klanten in te delen naar omzet. Let hierbij wel op dat de grote of top klanten niet per definitie de winstgevende hoeven te zijn! |
| Macro-omgeving De macro-omgeving wordt gevormd door de demografische, economische, sociaal-culturele, technologische, ecologische en politieke factoren binnen een bepaalde bedrijfstak. Een organisatie heeft geen invloed op deze aspecten, maar kan het huidige beleid hier wel op aanpassen. |
| Marketingmix voor foodservice De marketingmix bevat elementen waarmee de fabrikant kan inspelen op de afnemersbehoefte. Naast de P’s van product, prijs, plaats (distributie) en promotie maakt Marketing4Results voor foodservice ook gebruik van de P’s van personeel en presentatie. |
| Marktonderzoek Een marktonderzoek is het systematisch en objectief verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens voor het nemen van andere/betere marktbeslissingen. |
| Meso-omgeving De meso-omgevingsfactoren zijn variabelen van buitenaf die direct invloed op de organisatie kunnen uitoefenen vanuit de branche of de markt. Denk hierbij aan marktpartijen als toeleveranciers, concurrenten, afnemers en publieksgroepen. |
| Micro-omgeving Micro-omgevingsfactoren zijn de invloeden die voor een individuele organisatie in principe intern en beheersbaar zijn. Deze invloeden hebben betrekking op de organisatie zelf: financieel, organisatorisch, economisch, technologisch, sociaal, juridisch en ecologisch. |
| Naamsbekendheid: geholpen Het merk dat na het noemen ervan door een respondent wordt herkend. |
| Naamsbekendheid: top of mind Het merk waar een respondent het eerst aan denkt als over een bepaalde productgroep word nagedacht. |
| Naamsbekendheid: spontaan De merken die door een respondent ongeholpen worden genoemd als over een bepaalde productgroep wordt nagedacht. |
| Outlet Een outlet is een individuele locatie in foodservice. Zo bestaat bijvoorbeeld de Mexicaanse restaurantketen Popocatepetl uit 7 locaties ofwel outlets en kan één zorgstichting bestaan uit een aantal verzorgingshuizen en een verpleeghuis ofwel meerdere outlets. |
| Portfolioanalyse Een portfolioanalyse is een hulpmiddel bij het maken van een keuze als het gaat om investeringen in verschillende product(groep)en. Zo kennen we de klassieke BCG-analyse (Boston Consulting Group) en de MABA-analyse die met meerder factoren rekening houdt. |
| PMC Een product-marktcombinatie is een selectie van producten en foodservicesegmenten op grond van een strategische keuze van afnemersbehoeften waarin een organisatie wil voorzien en van afnemers waar zij zich op wil richten. |
| Private label (PL) Een private label/huismerk is een grossiers- of supermarktmerk dat eigendom is van de grossier/supermarkt en uitsluitend via die organisatie wordt verkocht. Een voorbeeld in foodservice is het merk Fresh & Fresh van de grossier Deli XL. Het komt tegenwoordig vaak voor dat fabrikanten naast hun eigen merk dezelfde (type) producten ook voor een grossiersmerk maken. |
| Positionering De plek die je als organisatie in wil nemen tegenover je concurrent, dus de plaats van jouw merk in het hoofd van de afnemer. Als er sprake is van een superieure waarde voor de klant, wordt deze positie in de ogen de afnemer geprefereerd boven concurrerende en alternatieve producten, merken of organisaties. |
| Pull-strategie Een pull-strategie betekent letterlijk het ‘trekken’ van een consument of eindverbruiker aan het product. De fabrikant communiceert rechtstreeks met de consument of eindverbruikers en creëert daarmee merkvoorkeur. De vraag naar het product wordt gestimuleerd en daardoor wordt de grossier gedwongen het product in zijn assortiment op te nemen. |
| Push-strategie Bij een push-strategie bewerkt een fabrikant met name de grossier, zodat zij het product opnemen in het assortiment. Hierdoor wordt het aanbod makkelijker beschikbaar gemaakt voor de eindverbruiker. |
| Sales promotion Sales promtion is een (tijdelijke) verbetering van de prijs-waardeverhouding van een product door een tijdelijk prijsvoordeel (bijvoorbeeld korting) of een (tijdelijke) verhoging van de waarde (bijvoorbeeld 10% meer inhoud) met als doel het verhogen van omzet op korte termijn. |
| SKU Stock Keeping Unit (SKU) staat voor de verhandelbare eenheid (doos, zak etc.). |
| Substitutiegoederen Substituten zijn producten die vervangen kunnen worden door een ander product, waarvan de functie bij beide producten gelijk is. |
| Trade promotion Dit is een marketingcampagne op distributeursniveau die voor een bevordering van de afzet moet zorgen met behulp van prijskortingen, displays, etc. |
| USP USP staat voor Unique Selling Point. Dit is een producteigenschap die zich onderscheidt ten opzichte van een concurrerend product. |
| Verkoopinformatiesysteem Zoals de naam al aangeeft, is dit een systeem dat informatie over de verkopen in foodservice bevat. Dit systeem kan een eigen systeem zijn en/of er kan gebruik gemaakt worden van externe systemen. Een voorbeeld van dit laatste is SalesOut. |
| Visie Een visie geeft inzicht in de rol die een organisatie in bepaalde markten kan en wil vervullen, rekening houdend met de core competences, stakeholders en de keuze hoe deze visie moet worden gerealiseerd. Anders gezegd geeft het de rol en de ambities van een organisatie in een afgebakend werkterrein aan. |

